Microsoft Build 2026 update
Microsoft Build is een jaarlijks evenement waar Microsoft de nieuwste innovaties, trends en mogelijkheden op het gebied van Microsoft-technologie presenteert. Het is gericht op IT-professionals, ontwikkelaars en iedereen die geïnteresseerd is in de toekomst van technologie.
Dit jaar vond Microsoft Build 2 en 3 juni 2026 plaats In San Fransisco. In deze blog deelt onze collega Antoon Bouw een uitgebreide update met je.
Inhoudsopgave
ToggleKeynote Satya Nadella
Satya Nadella opende Build 2026 met de oproep aan ontwikkelaars en organisaties om actief deel te nemen aan het nieuwe frontier intelligence ecosysteem. Zijn kernboodschap was dat de waarde niet zit in één model, applicatie of platform, maar in wat organisaties daar zelf bovenop bouwen. Agents spelen daarin een centrale rol. Ze combineren modellen, context, tools en een runtime om taken zelfstandig uit te voeren, binnen de grenzen van security, compliance en governance.
Microsoft schetste tijdens de keynote een nieuwe AI-stack. Die begint bij compute op de edge en in de cloud, loopt via modellen en context naar agent runtimes en eindigt bij ontwikkeltools en beheersmaatregelen. Build 2026 liet daarmee vooral zien hoe Microsoft de technische basis legt voor organisaties die agents willen bouwen, uitrollen en beheren in hun eigen werkomgeving.
Microsoft IQ: één intelligentiefundament voor agents
Centraal in de aankondigingen staat Microsoft IQ. Dit is de gedeelde intelligentielaag waarmee Copilot en agents kunnen werken met actuele, betrouwbare context uit de organisatie én uit externe bronnen. Microsoft positioneert dit als een manier om agents minder afhankelijk te maken van losse koppelingen en losse kennisbronnen. De agent krijgt niet alleen antwoord op een vraag, maar begrijpt beter waar die vraag over gaat, welke informatie betrouwbaar is en binnen welke bedrijfscontext het antwoord moet passen.
Microsoft IQ bestaat uit vier bouwstenen. Work IQ geeft inzicht in hoe mensen samenwerken via Microsoft 365 Copilot, zoals documenten, e-mails, vergaderingen, personen en werkstromen. Fabric IQ voegt de betekenis van bedrijfsdata toe, bijvoorbeeld via semantische modellen, KPI’s, relaties en bedrijfsregels. Foundry IQ maakt kennis uit documenten, systemen en kennisbanken beschikbaar voor agents. Web IQ is nieuw en voegt actuele informatie van buiten de organisatie toe, zodat agents ook kunnen werken met recente externe context. Samen vormen deze onderdelen een gedeeld fundament dat gebruikt kan worden in Microsoft 365 Copilot, Copilot Studio, Microsoft Foundry, Microsoft Fabric en GitHub Copilot.
Work IQ API: organisatiecontext beschikbaar voor eigen agents
De belangrijkste ontwikkeling rond Work IQ zit in de API-mogelijkheden. Microsoft maakt de intelligentielaag achter Microsoft 365 Copilot programmeerbaar beschikbaar, zodat ontwikkelaars eigen agents en AI-toepassingen kunnen bouwen die veilig redeneren op basis van Microsoft 365-context. Denk aan e-mails, vergaderingen, documenten in OneDrive en SharePoint, Teams-berichten, personen, organisatieverbanden en enterprise search-resultaten.
Work IQ ondersteunt meerdere manieren om die context te gebruiken. Via Agent-to-Agent kunnen agents werk aan elkaar delegeren en een gegrond antwoord terugkrijgen. Via MCP kunnen AI-assistenten, ontwikkeltools en command line omgevingen Work IQ als tool aanroepen. Via REST kunnen applicaties en backends Work IQ rechtstreeks benaderen in een request en response model. Daarmee hoeven organisaties minder zelf te bouwen aan aparte vectorstores, synchronisatieprocessen, retrieval pipelines en maatwerklogica voor permissies. Toegang blijft gekoppeld aan bestaande Microsoft 365-rechten, compliance-instellingen en governancebeleid.
Microsoft Scout
Microsoft Scout is Microsofts eerste Autopilot agent. De vernieuwing zit niet alleen in het feit dat Scout op de achtergrond actief blijft, maar vooral in de manier waarop de agent toegang krijgt tot werkcontext en acties kan uitvoeren. Scout is gebouwd op Work IQ en gebruikt context uit Microsoft 365, zoals e-mail, agenda, Teams-berichten, contacten, documenten, vergaderingen en bestanden in OneDrive en SharePoint. Daardoor kan Scout niet alleen reageren op een vraag, maar ook signalen herkennen, prioriteiten volgen en werk voorbereiden zonder steeds opnieuw geïnstrueerd te worden.
Voor ontwikkelaars en beheerders is vooral de uitbreidbaarheid relevant. Scout werkt via Teams als gespreksschil en via de desktopapp op Windows en macOS met toegang tot browser, lokale bestanden, shellopdrachten en MCP-servers. Daarmee kan Scout ook koppelen met extra tools en scenario’s buiten de standaard Microsoft 365-apps. Gevoelige acties vragen om goedkeuring van de gebruiker. Scout is voorlopig beschikbaar via het Frontier-programma. Beheerders kunnen de inzet sturen met tenantinstellingen, Intune-beleid, bestaande Microsoft 365-rechten en de eigen identiteit van de agent in Entra. Daardoor blijft zichtbaar welke acties Scout uitvoert en kunnen organisaties bepalen welke toegang en handelingen zijn toegestaan.
Windows 365 for Agents: een eigen werkplek per agent
Windows 365 for Agents geeft AI-agents een eigen, beveiligde Cloud PC om werk uit te voeren. Dat is vooral relevant voor taken waarbij een agent meerdere stappen moet doorlopen, zoals een applicatie openen, informatie opzoeken in een browser, gegevens verwerken of een workflow afronden. De agent werkt dan niet los op de achtergrond, maar binnen een gecontroleerde Windows-omgeving die de organisatie kan beheren.
Beheer werkt daardoor herkenbaar voor IT. De Cloud PC van de agent is gekoppeld aan Entra ID, kan worden beheerd met Intune en valt onder bestaand beveiligings- en compliancebeleid. Organisaties bepalen dus zelf welke agents toegang krijgen, welke applicaties zij mogen gebruiken en welke acties zijn toegestaan. Dat maakt het eenvoudiger om agents op schaal in te zetten zonder de controle over toegang, data en beleid kwijt te raken.
Tegelijkertijd ontwikkelt Microsoft Windows verder als platform voor het bouwen en uitvoeren van agents. Met WSL Containers, Intelligent Terminal en Microsoft Execution Containers krijgen ontwikkelaars een omgeving om agents lokaal te bouwen, te testen en veiliger uit te voeren. Microsoft Execution Containers helpen daarbij om acties van agents af te schermen, bijvoorbeeld door processen, sessies of volledige omgevingen te isoleren.
GitHub Copilot app: ontwikkelaars sturen meerdere code-agents tegelijk aan
De GitHub Copilot app maakt van Copilot meer dan een assistent in de ontwikkelomgeving. Het wordt een centrale plek waar ontwikkelaars meerdere agenttaken tegelijk kunnen aansturen. Vanuit één overzicht zien zij lopende werkzaamheden, openstaande verbeterpunten, wijzigingsverzoeken en automatiseringen over verschillende codeprojecten heen. Elke taak draait in een eigen afgescheiden werkomgeving, zodat agents parallel kunnen werken zonder elkaars code te overschrijven. De ontwikkelaar blijft degene die het werk controleert, bijstuurt, test en samenvoegt.
Voor teams zit de waarde vooral in grip op ontwikkelwerk dat deels door agents wordt uitgevoerd. Een gedeeld werkvlak maakt plannen, codewijzigingen, browserresultaten, terminaluitvoer en releasechecklists inzichtelijk. Agent Merge kan wijzigingsverzoeken begeleiden langs controles, reviewfeedback en voorwaarden voor samenvoegen, terwijl teams zelf bepalen welke stappen Copilot mag uitvoeren. Via MCP-servers, uitbreidingen en eigen vaardigheden kunnen organisaties extra tools en data koppelen. Met cloud- en lokale afschermde omgevingen krijgt de agent een duidelijke plek om code te draaien en te valideren. MAI-Code-1-Flash voegt daar een efficiënt Microsoft-model voor codeontwikkeling aan toe, ontworpen voor GitHub Copilot en beschikbaar in steeds meer Copilot-omgevingen.
Beveiliging van AI agents wordt een belangrijk aandachtspunt
Hoe zelfstandiger agents worden, hoe belangrijker beveiliging en governance worden. Tijdens Build 2026 maakte Microsoft duidelijk dat organisaties niet alleen moeten kijken naar wie AI gebruikt, maar vooral naar wat een agent zelfstandig mag doen. Agents kunnen namens medewerkers handelen, toegang krijgen tot systemen en dezelfde fout op meerdere plekken herhalen. Daarom vraagt agentgebruik om duidelijke kaders vooraf en controle tijdens de uitvoering.
Agent 365 helpt organisaties om agents centraal te beheren, te volgen en te beveiligen. Het sluit aan op bestaande Microsoft oplossingen zoals Entra, Defender en Purview. Daardoor kunnen organisaties werken met herkenbare controles voor identiteit, toegang, beveiliging en compliance. De Agent Control Specification vult dit aan met afspraken over wat agents wel en niet mogen doen. Die afspraken gelden ook terwijl een agent bezig is met een taak.
ASSERT helpt teams om agents beter te testen voordat zij breed worden ingezet. Het zet AI-richtlijnen om naar automatische tests en laat zien waar een agent fouten maakt. Dat helpt ontwikkelaars, beheerders en securityteams om sneller te beoordelen of een agent betrouwbaar genoeg is voor gebruik in de organisatie.
Microsoft Foundry als platform voor enterprise agents
Microsoft Foundry kreeg tijdens Build een grotere rol als platform voor het bouwen, testen, uitrollen en verbeteren van agents. Waar een prototype vaak snel staat, begint het echte werk zodra een agent veilig in een organisatie moet draaien. Foundry helpt daarbij met gehoste agents, afgeschermde sessies, geheugen, tracing, evaluaties en optimalisatie. Ontwikkelaars kunnen agents bouwen in de omgeving die zij al gebruiken en deze vervolgens publiceren naar Teams en Microsoft 365 Copilot.
Ook de evaluatiekant wordt belangrijker. Met rubrics, guardrails en Agent Optimizer kunnen teams beter beoordelen hoe een agent presteert en waar verbetering nodig is. Daarmee verschuift de aandacht van alleen bouwen naar betrouwbaar beheren en doorontwikkelen. Dat is belangrijk voor organisaties die agents niet als losse experimenten willen inzetten, maar als onderdeel van hun werkprocessen.
Copilot Studio als praktische route voor makers en beheerders
Copilot Studio blijft de praktische route voor teams die agents willen bouwen zonder volledig maatwerk. De updates uit mei en rond Build laten zien dat Copilot Studio opschuift van chatbotplatform naar een omgeving voor bedrijfsautomatisering. Agents kunnen met computer use websites en desktopapplicaties bedienen wanneer er geen goede API beschikbaar is. Met prompt nodes en Microsoft 365 Copilot nodes kunnen makers AI-stappen toevoegen aan workflows, bijvoorbeeld voor samenvatten, onderzoek, vertaling of het voorbereiden van audits.
Voor beheer is vooral de volwassenheid rondom agent inventory, Entra agent identities, asynchrone flows en statuspagina’s relevant. Beheerders krijgen beter zicht op welke agents bestaan, waar zij draaien, welke fouten optreden en welke rechten zij gebruiken. Daarmee wordt Copilot Studio interessanter voor organisaties die agents gecontroleerd willen opschalen.
Project Solara als vooruitblik op agent first apparaten
Project Solara is vooral een vooruitblik op hoe Microsoft naar de volgende generatie apparaten kijkt. Het idee is dat agents niet alleen in apps of chats leven, maar ook dichter bij de plek waar werk gebeurt. Microsoft liet concepten zien voor een bureauapparaat en een draagbare badge, bedoeld voor situaties waarin mensen snel toegang nodig hebben tot een agent zonder eerst een traditionele applicatie te openen. Denk aan zorg, retail, field service of andere omgevingen waar handen vrij en context direct beschikbaar moeten zijn.
Voor nu is Solara vooral richtinggevend. Het laat zien dat Microsoft agents ziet als een nieuw interactiemodel voor werk, met aandacht voor beheer, identiteit, beveiliging en apparaatbeheer via bestaande Microsoft bouwstenen. Voor de meeste organisaties is dit nog geen directe actie, maar wel een signaal dat agents op termijn ook buiten de laptop en de Teams chat een rol kunnen krijgen.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Microsoft Build 2026 maakt duidelijk dat de overgang naar agent-gebaseerd werken al gaande is. De aankondigingen rondom Microsoft IQ, Work IQ API, Scout, Windows 365 for Agents, Microsoft Foundry, Copilot Studio en Agent 365 laten zien dat Microsoft werkt aan een complete infrastructuur voor AI-agents in enterprise-omgevingen. Niet alleen om agents te bouwen, maar ook om ze veilig te beheren, te testen, te publiceren en verder te verbeteren.
Advantive helpt organisaties om deze ontwikkelingen te vertalen naar de eigen situatie. Van het verkennen wat agents in jouw context kunnen betekenen tot het maken van concrete keuzes over beveiliging, governance, adoptie en technische inrichting. Altijd afgestemd op wat bij jouw organisatie en ambities past.
Wil je weten wat de aankondigingen van Microsoft Build 2026 betekenen voor jouw AI-strategie? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.
Maak kennis met de mogelijkheden van Microsoft Copilot en zet jouw organisatie met AI op voorsprong.
Maak kennis met de managed services van Advantive voor de Microsoft omgeving van jouw organisatie.
De moderne werkplek faciliteert prettig en veilig (samen)werken vanuit huis, op kantoor en onderweg.